Modelreglementen

< Alle modelreglementen

Reserve

MR1992 4.1 Jaar-/exploitatierekening, Boekjaar 04. Jaarlijkse begroting, jaarrekening en bijdragen

Na afloop van elk boekjaar, dat gelijk is aan het kalenderjaar, wordt door het bestuur een exploitatie- rekening over dat boekjaar opgesteld en ter vaststelling aan de jaarlijkse vergadering voorgelegd. Deze exploitatierekening omvat enerzijds de baten en anderzijds de lasten over dat boekjaar, waaronder begrepen een naar tijdsduur evenredig gedeelte van de te begroten onderhoudskosten die op meer jaren betrekking hebben, inbegrepen noodzakelijke vernieuwingen. Zo tot vorming van een reservefonds als bedoeld in artikel 32 eerste lid is besloten, wordt onder de lasten begrepen een telkenjare door de vergadering vast te stellen bedrag ten behoeve van een zodanig reservefonds.

MR2021 7.1 Schulden en kosten die voor rekening zijn van de gezamenlijke eigenaars, baten die aan de gezamenlijke eigenaars toekomen en reserveringen ten behoeve van het reservefonds 03. Baten, schulden en kosten en reserveringen ten behoeve van het reservefonds

De eigenaars zijn verplicht om voor de in artikel 5 bedoelde breukdelen bij te dragen in de jaarlijkse reserveringen ten behoeve van het reservefonds.

MR2017 10.1 Verplichte bijdrage 03. Baten, schulden en kosten en reserveringen ten behoeve van het reservefonds

De Eigenaars zijn verplicht om voor de in Artikel 8 bedoelde breukdelen bij te dragen in:
a. de in artikel 5:112, lid 1, onder a BW bedoelde schulden en kosten die voor rekening van de gezamenlijke Eigenaars zijn; en
b. de jaarlijkse reserveringen ten behoeve van het Reservefonds,
voor zover krachtens het bepaalde in Artikel 10.3 en/of Artikel 10.4 geen afwijkende bijdrageplicht geldt.

MR2021 10.1 Jaarrekening en bijdragen eigenaars 04. Jaarlijkse begroting, jaarrekening en bijdragen

Na afloop van elk boekjaar maakt het bestuur een jaarrekening op. De jaarrekening van de vereniging bestaat uit:
– de exploitatierekening als bedoeld in artikel 5:112 lid 1 sub b BW, die de baten en lasten over het afgelopen boekjaar omvat, aangevuld met een toelichting daarop;
– de balans, waaruit onder meer de omvang van het reservefonds blijkt.

MR2006 10.4 Beschikkingsbevoegdheid, Beschikken over reservefonds 03. Baten, schulden en kosten en reserveringen ten behoeve van het reservefonds

Over gelden van het reservefonds kan slechts door de voorzitter van de vergadering en één van de eigenaars, die daartoe door de vergadering zal worden aangewezen, en na machtiging daartoe van de vergadering, worden beschikt.

MR2006 12.1 Jaar-/exploitatierekening 04. Jaarlijkse begroting, jaarrekening en bijdragen

Na afloop van elk boekjaar maakt het bestuur de jaarrekening en het jaarverslag op. Uit de tot de jaarrekening behorende balans moet de grootte van het reservefonds blijken. De tot de jaarrekening behorende exploitatierekening vormt de rekening als bedoeld in artikel 5:112 eerste lid onder b van het Burgerlijk Wetboek en omvat de baten en lasten over het boekjaar, onderverdeeld in de posten genoemd in artikel 11 eerste lid.

MR2017 14.1 Reservefonds 03. Baten, schulden en kosten en reserveringen ten behoeve van het reservefonds

Ter voldoening aan het bepaalde in artikel 5:126 BW houdt de Vereniging een Reservefonds in stand ter bestrijding van andere dan de gewone jaarlijkse kosten. Binnen het Reservefonds kan per kostensoort een bestemmingsreserve worden gevormd. Ter zake van het Reservefonds geldt voorts het bepaalde in Artikel 47.

MR2017 14.2 Jaarlijkse reservering bij bewoning 03. Baten, schulden en kosten en reserveringen ten behoeve van het reservefonds

Indien het Gebouw geheel of gedeeltelijk bestemd is voor bewoning, bedraagt de jaarlijkse reservering ten behoeve van het Reservefonds:
a. ten minste het bedrag dat door de Vergadering is vastgesteld ter uitvoering van het
Meerjarenonderhoudsplan; of
b. ten minste een half procent van de herbouwwaarde van het Gebouw.
De Vergadering besluit op welk van beide hiervoor vermelde wijzen de Eigenaars aan het Reservefonds dienen bij te dragen.

MR2017 14.3 Meerjarenonderhoudsplan (MJOP) 03. Baten, schulden en kosten en reserveringen ten behoeve van het reservefonds

Het Meerjarenonderhoudsplan is ten hoogste vijf jaar oud. Het bevat een planning voor het niet-jaarlijkse onderhoud en herstel, en de niet-jaarlijkse vernieuwing van het Gebouw en de op, in en onder de Grond aanwezige werken, een en ander met uitzondering van de Privé-gedeelten.
Het Meerjarenonderhoudsplan bevat daartoe:
– de werkzaamheden die verricht moeten worden in ten minste de tien Boekjaren
volgend op het Boekjaar waarin het Meerjarenonderhoudsplan is vastgesteld; en
– de berekening van de daarmee gemoeide kosten, zulks gelijkmatig toegerekend aan
de onderscheiden Boekjaren, zodanig dat de voor een bepaald Boekjaar voorziene
kosten uit het Reservefonds voldaan kunnen worden.

MR2017 14.4 Vaststelling MJOP 03. Baten, schulden en kosten en reserveringen ten behoeve van het reservefonds

Indien de Vergadering besluit om aan het Reservefonds bij te dragen conform het
bepaalde in Artikel 14.2 onder a is het Bestuur verplicht om een Meerjarenonderhoudsplan op te stellen dan wel te doen opstellen. Het Bestuur zal het Meerjarenonderhoudsplan ter vaststelling voorleggen aan de Vergadering.

MR2017 14.5 Mogelijkheid om af te wijken 03. Baten, schulden en kosten en reserveringen ten behoeve van het reservefonds

Indien het Gebouw niet geheel of gedeeltelijk bestemd is voor bewoning is Artikel 14.2 van overeenkomstige toepassing, tenzij de Vergadering anders besluit.

MR2017 14.6 Bestemming reservefonds 03. Baten, schulden en kosten en reserveringen ten behoeve van het reservefonds

Het Reservefonds dient te worden besteed met inachtneming van het Meerjarenonderhoudsplan. Aanwending van het Reservefonds bij afwezigheid dan wel in afwijking van het Meerjarenonderhoudsplan is uitsluitend mogelijk na een daartoe strekkend besluit van de Vergadering. Op dit besluit is het bepaalde in de Artikelen 56.5 en 56.6 van toepassing.

MR2017 16.1 Jaar-/exploitatierekening 04. Jaarlijkse begroting, jaarrekening en bijdragen

Na afloop van elk Boekjaar maakt het Bestuur het Jaarverslag en de Jaarrekening op. Het Jaarverslag vermeldt de gang van zaken inzake de Vereniging en geeft een overzicht van het gevoerde beleid.
De Jaarrekening bestaat uit:
– de exploitatierekening als bedoeld in artikel 5:112 BW, omvattende de baten en lasten over het afgelopen Boekjaar, onderverdeeld naar de posten vermeld in Artikel 15.1, alsmede een toelichting;
– de balans, waaruit onder meer de omvang van het Reservefonds blijkt.
Indien één of meer Privé-gedeelten door de Eigenaar(s) wordt/worden verhuurd, wordt met het oog op de berekening van de eigenaars- en gebruikerslasten op verzoek en voor rekening van de betreffende Eigenaar(s) in de lasten van de exploitatierekening een splitsing aangebracht tussen kosten die aan de huurder kunnen worden doorberekend en overige kosten.

MR2021 27.1 Financiële middelen van de vereniging 13. Oprichting van een VvE en vaststelling statuten

De middelen van de vereniging worden gevormd door de bijdragen van de eigenaars die verschuldigd zijn krachtens het reglement alsmede door andere baten.

MR2021 27.3 Financiële middelen van de vereniging 13. Oprichting van een VvE en vaststelling statuten

De gelden van het reservefonds worden gedeponeerd op een afzonderlijke betaalrekening of spaarrekening als bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht, ten name van de vereniging.

MR1973 27.4 Boete komt ten bate van 12. Overtredingen

De te verbeuren boeten komen ten bate van het reservefonds.

MR2021 27.4 Financiële middelen van de vereniging 13. Oprichting van een VvE en vaststelling statuten

De vergadering kan besluiten tot belegging van de gelden van het reservefonds. Daarbij moeten algemeen aanvaarde bedrijfseconomische eisen op beleggingsgebied als rentabiliteit, solvabiliteit en risicospreiding in acht worden genomen. De belegging moet zijn afgestemd op het doel van het reservefonds.

MR2021 27.5 Financiële middelen van de vereniging 13. Oprichting van een VvE en vaststelling statuten

Over de gelden van het reservefonds kan alleen worden beschikt door het bestuur voor de uitvoering van een daartoe strekkend besluit van de vergadering. Betalingen ten laste van het reservefonds voor de uitvoering van een dergelijk besluit kunnen slechts plaatsvinden door twee gezamenlijk handelende personen, die daartoe door de vergadering zijn aangewezen.

MR2021 27.6 Opheffing reservefonds 13. Oprichting van een VvE en vaststelling statuten

Opheffing van het reservefonds is alleen mogelijk bij opheffing van de splitsing.

MR1973 30. Middelen 13. Oprichting van een VvE en vaststelling statuten

Het vermogen van de vereniging wordt gevormd door de bijdragen door de eigenaars verschuldigd overeenkomstig de bepalingen van het reglement, alsmede door toevallige baten.

MR1992 31. Middelen 13. Oprichting van een VvE en vaststelling statuten

De middelen van de vereniging worden gevormd door de bijdragen door de eigenaars verschuldigd overeenkomstig de bepalingen van het reglement, alsmede door andere baten.

MR1973 31.4 Beleggingen geldmiddelen 13. Oprichting van een VvE en vaststelling statuten

De vergadering zal kunnen besluiten tot belegging van de geldmiddelen van het reservefonds, welke belegging echter niet anders zal mogen geschieden dan op de wijze als aangegeven in de Beleggingswet.

MR1973 31.5 Bewaring waardepapieren 13. Oprichting van een VvE en vaststelling statuten

De waardepapieren zullen moeten worden bewaard op de wijze als door de vergadering bepaald.

MR1992 32.3 Beschikkingsbevoegdheid, Beschikken over reservefonds 13. Oprichting van een VvE en vaststelling statuten

Over de in het vorige lid bedoelde gelden kan slechts door de voorzitter van de vergadering en één van de eigenaars, die daartoe door de vergadering zal worden aangewezen, en na bekomen machtiging daartoe van de vergadering, worden beschikt.