Modelreglementen

< Alle modelreglementen

mr2021

MR2021 24.1 Ontzegging gebruik 10. Ontzegging gebruik privé-gedeelte

De vergadering kan aan de eigenaar en de gebruiker (gezamenlijk) een waarschuwing geven wanneer deze laatste(n):
a. de bepalingen van het reglement, het eventuele huishoudelijk reglement, de eventuele regels bedoeld in artikel 5:128 BW of besluiten van de vergadering niet nakomt of overtreedt;
b. zich schuldig maakt aan onbehoorlijk gedrag jegens een andere eigenaar en/of gebruiker;
c. door zijn aanwezigheid in het gebouw aanleiding geeft tot ernstige verstoring van de rust in het gebouw;
d. zijn financiële verplichtingen jegens de vereniging niet nakomt.
Indien hij ondanks deze waarschuwing een of meer van de genoemde gedragingen verricht of voortzet, kan de vergadering besluiten tot ontzegging van het gebruik van het privégedeelte en van het medegebruik van de gemeenschappelijke ruimten en gemeenschappelijke zaken. Ondanks deze ontzegging moet de betreffende eigenaar de verplichtingen die voortvloeien uit de wet, het reglement, het eventuele huishoudelijk reglement, de eventuele regels bedoeld in artikel 5:128 BW en de besluiten van de vergadering blijven naleven.

MR2021 24.2 Ontzegging gebruik 10. Ontzegging gebruik privé-gedeelte

De besluiten die in dit artikel worden bedoeld, te weten een besluit tot het geven van een waarschuwing en het besluit tot ontzegging als bedoeld in het eerste lid, worden door het bestuur per aangetekende brief ter kennis gebracht van de betreffende eigenaar en van de houder(s) van het/de op zijn appartementsrecht rustende hypotheekrecht(en). De besluiten vermelden de redenen die tot de maatregel hebben geleid. Een besluit tot ontzegging van het hierboven bedoelde gebruik mag pas ten uitvoer worden gelegd na verloop van een maand na verzending van de kennisgeving als bedoeld in dit lid. Beroep op de rechter ingevolge artikel 5:130 BW schorst de tenuitvoerlegging van het genomen besluit, tenzij de rechter anders bepaalt.

MR2021 25.1 Waarschuwing 12. Overtredingen

Het bestuur ziet er ten behoeve van de eigenaars en gebruikers op toe dat een eigenaar of een gebruiker de wet, het reglement, het huishoudelijk reglement en de besluitenvan de vergadering nakomt. Bij overtreding of niet-nakoming door een eigenaar of gebruiker van de wet, het reglement of het huishoudelijk reglement of van een besluit van de vergadering, zal het bestuur de betreffende eigenaar of gebruiker een schriftelijke waarschuwing sturen per aangetekende brief waarin hij wordt gewezen op de overtreding of niet-nakoming.

MR2021 25.2 Boete 12. Overtredingen

Als de betrokkene binnen een maand geen gevolg geeft aan de waarschuwing kan/kunnen de andere eigenaar(s) hem voor elke overtreding of niet-nakoming een eenmalige of dagboete opleggen. Het gaat om ten hoogste een bedrag dat door de vergadering voor zulke overtredingen of niet-nakoming is bepaald. De betreffende eigenaar of gebruiker is nog steeds verplicht om de schade te vergoeden, als daartoe termen aanwezig zijn. Het is ook nog steeds mogelijk dat de vergadering andere maatregelen neemt krachtens de wet of het reglement. Als de vergadering niet anders heeft besloten, bedraagt het maximum van een eenmalige boete vijfhonderd euro (€ 500,=) en bedraagt een dagboete honderdvijftig euro (€ 150,=), met een maximum van vijfduizend euro (€ 5.000,=).

MR2021 25.3 Boete komt ten bate van 12. Overtredingen

De te verbeuren boeten komen ten bate van de vereniging.

MR2021 25.4 Gevolg niet tijdig voldoen boete 12. Overtredingen

Indien het bedrag van de boete niet is voldaan binnen veertien dagen nadat de boete is opgelegd, is artikel 11 van overeenkomstige toepassing.

MR2021 26.1 De vereniging 13. Oprichting van een VvE en vaststelling statuten

De vereniging wordt bij de akte van splitsing opgericht. Zij kan een verkorte naam voeren. De statuten van de vereniging maken deel uit van het reglement.

MR2021 26.2 De vereniging 13. Oprichting van een VvE en vaststelling statuten

De naam van de vereniging en de gemeente waar zij haar zetel heeft, worden in de akte van splitsing bepaald.

MR2021 26.3 De vereniging 13. Oprichting van een VvE en vaststelling statuten

De vereniging heeft ten doel het beheer van het gebouw en de grond, met uitzondering van de privégedeelten, en het behartigen van de gemeenschappelijke belangen van de eigenaars.

MR2021 26.4 De vereniging 13. Oprichting van een VvE en vaststelling statuten

Om dit doel te bereiken, kan de vereniging een appartementsrecht of een ander registergoed in eigendom verkrijgen en dit hypothecair verbinden tot zekerheid voor (een) geldlening(en) die zij wil aangaan. De vereniging is bevoegd het appartementsrecht of ander registergoed dat in de vorige zin bedoeld wordt aan de eigenaars of aan derden over te dragen of in gebruik te geven.

MR2021 26.5 De vereniging 13. Oprichting van een VvE en vaststelling statuten

De vereniging kan vergunningen die betrekking hebben op het gebouw en/of de grond, evenals de exploitatie daarvan, aanvragen en op naam houden.

MR2021 26.6 De vereniging 13. Oprichting van een VvE en vaststelling statuten

Het bestuur draagt zorg voor naleving van de registratieverplichtingen die uit de wet voortvloeien.

MR2021 27.1 Financiële middelen van de vereniging 13. Oprichting van een VvE en vaststelling statuten

De middelen van de vereniging worden gevormd door de bijdragen van de eigenaars die verschuldigd zijn krachtens het reglement alsmede door andere baten.

MR2021 27.2 Financiële middelen van de vereniging 13. Oprichting van een VvE en vaststelling statuten

Het bestuur is verplicht de kasmiddelen van de vereniging te deponeren op een daartoe aangehouden bankrekening ten name van de vereniging. Opbrengsten van het saldo op deze bankrekening worden aan dat saldo toegevoegd, tenzij de vergadering anders besluit.

MR2021 27.3 Financiële middelen van de vereniging 13. Oprichting van een VvE en vaststelling statuten

De gelden van het reservefonds worden gedeponeerd op een afzonderlijke betaalrekening of spaarrekening als bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht, ten name van de vereniging.

MR2021 27.4 Financiële middelen van de vereniging 13. Oprichting van een VvE en vaststelling statuten

De vergadering kan besluiten tot belegging van de gelden van het reservefonds. Daarbij moeten algemeen aanvaarde bedrijfseconomische eisen op beleggingsgebied als rentabiliteit, solvabiliteit en risicospreiding in acht worden genomen. De belegging moet zijn afgestemd op het doel van het reservefonds.

MR2021 27.5 Financiële middelen van de vereniging 13. Oprichting van een VvE en vaststelling statuten

Over de gelden van het reservefonds kan alleen worden beschikt door het bestuur voor de uitvoering van een daartoe strekkend besluit van de vergadering. Betalingen ten laste van het reservefonds voor de uitvoering van een dergelijk besluit kunnen slechts plaatsvinden door twee gezamenlijk handelende personen, die daartoe door de vergadering zijn aangewezen.

MR2021 27.6 Opheffing reservefonds 13. Oprichting van een VvE en vaststelling statuten

Opheffing van het reservefonds is alleen mogelijk bij opheffing van de splitsing.

MR2021 27.7 Aangaan geldlening door VvE 13. Oprichting van een VvE en vaststelling statuten

De vereniging is bevoegd om in het kader van het beheer van de gemeenschappelijke gedeelten en gemeenschappelijke zaken een overeenkomst van geldlening aan te gaan. Als de vergadering besluit dat de vereniging een geldlening aangaat, dient gelijktijdig te worden vastgesteld voor welk doel de geldlening wordt aangegaan.

MR2021 27.8 Financiële middelen van de vereniging 13. Oprichting van een VvE en vaststelling statuten

Als het reglement niet voorziet in andere aandelen, is iedere eigenaar jegens de financier aansprakelijk conform zijn in artikel 5 bedoelde breukdeel. De eigenaars zijn onderling en jegens de vereniging bijdrageplichtig voor de aandelen waarvoor zij jegens de financier aansprakelijk zijn.

MR2021 28. Boekjaar 13. Oprichting van een VvE en vaststelling statuten

Het boekjaar is gelijk aan het kalenderjaar.

MR2021 29.1 Aanleidingen tot het bijeenroepen van de vergadering 13. Oprichting van een VvE en vaststelling statuten

Jaarlijks wordt, binnen zes maanden na afloop van het boekjaar, een vergadering gehouden: de jaarvergadering. In deze jaarvergadering legt het bestuur de jaarrekening ter goedkeuring voor aan de vergadering. Na goedkeuring van de jaarrekening besluit de vergadering over het al dan niet verlenen van décharge aan het bestuur. Dit besluit wordt vastgelegd in de notulen van de vergadering.

MR2021 29.2 Aanleidingen tot het bijeenroepen van de vergadering 13. Oprichting van een VvE en vaststelling statuten

Vergaderingen worden verder gehouden zo vaak als het bestuur of een van de eigenaars dit nodig acht.

MR2021 30.1 De vergadering: procedurevoorschriften 13. Oprichting van een VvE en vaststelling statuten

De vergaderingen worden gehouden in de gemeente waar de vereniging haar zetel heeft, tenzij de eigenaars anders bepalen.